
April is zo’n maand waarin alles tegelijk komt. Je zaait, hardt af, plant aardbeien, snoeit lavendel en misschien staat er ook al een emmer brandnetelgier te pruttelen. Met deze 13 klussen en een handvol tips geef je je tuin een vliegende start.
Snoei vroegbloeiende heesters zoals Ribes, Forsythia, Chaenomeles, Kerria en Jasminum nudiflorum direct na de bloei. Deze soorten bloeien op hout dat vorig jaar is gevormd, en door nu te snoeien geef je ruimte aan nieuwe scheuten die volgend jaar weer bloemen dragen.
Voor moestuiniers is april misschien wel de belangrijkste zaaimaand, zowel binnen als buiten. Begin april kun je nog prima tomaten voorzaaien. Ze groeien snel, dus je loopt nog niet achter. Later in de maand zaai je ook warmteminnende eetbare groenten, zoals pompoen, courgette en komkommer. Zaai deze niet te vroeg, want ze groeien snel en worden anders te groot voordat ze naar buiten kunnen.
In de volle grond kun je nu al veel zaaien, zoals wortel, rode biet, spinazie, sla, rucola en radijs. Ook erwten kunnen nog de grond in. Zorg dat de bodem voldoende is opgewarmd en niet te nat, dan kiemen de zaden beter.
Rozen gaan nu flink groeien en hebben extra voeding nodig. Geef een bemesting van droge organische mest, ongeveer 30 gram per vierkante meter. Werk bij voorkeur met natuurlijke meststoffen die de bodem verbeteren, zoals compost voor voeding, lavameel voor extra mineralen en zeewierkalk om de bodem in balans te brengen.
Heb je binnen voorgezaaid? Dan is eind april het moment om je planten te laten wennen aan buiten. Zaailingen die binnen of in de kas zijn opgegroeid, zijn nog niet gewend aan zon, wind en lagere temperaturen.
Begin met ze overdag een paar uur buiten te zetten op een beschutte plek, uit de felle zon en wind. Bouw dit geleidelijk op: elke dag iets langer en iets meer zon. Haal ze ’s nachts nog naar binnen, zeker bij frisse nachten of kans op vorst.
Na ongeveer een week tot tien dagen zijn de planten voldoende gewend en kunnen ze straks zonder schok naar buiten. Zo voorkom je verbranding, groeistilstand of schade door kou.
Geniet van voorjaarsbloeiers zoals boshyacinten, narcissen, tulpen en kievitsbloemen. Laat ze tijdens de bloei met rust en maai ze pas weg als het blad is afgestorven, zodat ze kracht kunnen opbouwen om volgend jaar terug te komen. Boshyancinten, kivietsbloemen en vaak ook narcissen zullen zelfs vermeerderen.
Kuipplanten hebben beperkte grond en raken snel door hun voeding heen. Ververs daarom de potgrond en zet planten zo nodig in een grotere pot. Haal de plant uit de pot, maak de wortels los en schud oude grond van de kluit. Zorg voor een goede drainage met hydrokorrels of potscherven en vul aan met verse potgrond.
Niet-winterharde kuipplanten blijven nog even binnen. Eind april kunnen ze geleidelijk wennen aan buiten, maar pas op met nachtvorst en zet ze nog niet direct in de volle zon.
April is ideaal om je gazon op te knappen. Kale plekken kun je nu bijzaaien, omdat de bodem warmer wordt en er meestal nog voldoende vocht is. Hark de plek licht los, zaai graszaad en houd het vochtig.
In april kun je je gazon verticuteren om de bodem weer lucht te geven. Door vilt en mos te verwijderen, krijgen water, voedingsstoffen en bodemleven meer ruimte, waardoor het gras zich op een natuurlijke manier kan herstellen en versterken.
De lekkerste aardbeien komen uit eigen tuin, maar je kunt ook prima aardbeien kweken in een pot. Plant ze nu op een zonnige plek in luchtige, humusrijke grond, verrijkt met compost.
April is het moment dat de buxusmot weer opduikt. De eerste rupsen vreten zich stilletjes een weg door het blad, vaak nog voordat je het doorhebt. En dus begint voor veel tuiniers opnieuw hetzelfde ritueel: controleren, wegplukken, vallen ophangen, ingrijpen. Maar... het blijft vaak een terugkerend gevecht.
April is dé maand om brandnetelgier (een stikstofrijke, vloeibare voeding) te maken, want jonge brandnetels zitten bomvol voedingsstoffen. Vul een emmer voor ongeveer een kwart met vers plantmateriaal en giet er (regen)water op tot alles onderstaat. Doe er een doek op.
Laat het mengsel minstens een tot twee weken gisten en roer het af en toe door. Hoe langer je het laat staan, hoe sterker de werking wordt. Houd er rekening mee dat het tijdens het proces flink kan ruiken. Zeef de gier na het gisten en verdun deze voor gebruik met water, ongeveer 1 deel gier op 10 delen water.
Gebruik brandnetelgier niet bij jonge aanplant of net uitgeplante zaailingen, omdat de wortels kunnen verbranden. Wacht tot planten goed zijn aangeslagen en actief groeien. Maak het in april, zodat je vanaf mei of juni voldoende voorraad hebt om gericht bij te voeden.
Breng een laag mulch aan op lege bedden, rond jonge aanplant of in je borders.
Gebruik compost, bladeren of stro om de bodem te beschermen tegen uitdroging, onkruid te remmen en het bodemleven te voeden. Zeker richting warmere dagen is dit een eenvoudige ingreep met veel effect.
April is een goed moment om vaste planten te scheuren. Planten die te groot worden of in het midden kaal vallen, kun je nu opnemen en in delen splitsen. Zo verjong je de plant en krijg je meteen meerdere nieuwe exemplaren.
Steek de plant uit, trek of snijd de kluit in stukken en plant de gezonde, buitenste delen opnieuw uit in losse, voedzame grond. Geef na het planten water zodat ze goed aanslaan. Zo houd je je borders vitaal en voorkom je dat planten gaan teruglopen.
Zie je nog kale stukken in je border of moestuin? Zaai nu snelle eenjarigen zoals cosmos, zonnebloemen en zinnia. Ze kiemen en groeien rap en geven je zomer kleur en vorm. Zaai direct in de volle grond of kweek ze voor in potjes en plant ze later uit.