In mei valt vaak een zogenaamd bloeigat. De vroege bloeiers zijn uitgebloeid en de bloeiende planten voor het einde van het voorjaar en het begin van de zomer moeten nog op hun maximum komen.
Benieuwd wat je in de maand mei precies moet aanpakken in je tuin? Wij hebben een selectie voor je op een rij gezet!
1. Hou begin mei nog vliesdoek bij de hand, voor als er onverwacht nachtvorst wordt aangekondigd. Vanaf half mei is de kans op nachtvorst te verwaarlozen. Dus begint na de IJsheiligen (12, 13 en 14 mei) pas echt de tijd voor de eenjarigen en mogen de kuipplanten naar buiten.
Vergeet niet om ze af te harden (overdag laten wennen aan de (goede) omstandigheden buiten; ’s nachts even binnen zetten of op een andere manier beschermen, omdat de temperaturen dan nog lager zijn.
2. Mei is ook een van de twee topmaanden in het jaar, als het om grasgroei gaat. De tweede ‘groeispurt’ heeft plaats in augustus. Je zult nu extra vaak moeten maaien. Vergeet vanaf nu ook de voeding van het gras niet, want wat je afmaait en afvoert is een deel van de voedselvoorraad van de grasplanten. Die zul je weer moeten aanvullen. Door te mesten kan ook het onkruid in het gras harder gaan groeien. Daar zul je dus ook weer wat aan moeten doen. Blijf het onkruid ook elders in de tuin bestrijden!2.
3. Onkruid wieden, liefst bij droog weer
Pluk onkruid met de hand uit. Bij droog weer blijft er minder grond aan de onkruidwortels hangen.
4. Maai een nieuw gazon voor de eerste keer als het gras 5 cm hoog is. Maai niet te kort, stel de maaimachine af op maximale hoogte. Ook al langer bestaande gazons de eerste keer niet te kort maaien. Geef nu organische mest, dan blijft de grasmat veel langer sterk en gaat gezond de zomer in. In mei ondergaat het gras een zogenaamde ‘groeispurt’, het groeit extra sterk.
5. Omdat mei vaak zeer zonnig is, is sproeien of begieten bij jonge en pas ingeplante planten soms al nodig. Dat kan het beste met water dat al op temperatuur is. Geef het liefst opgevangen regenwater uit de regenton. Dat is niet alleen praktisch, maar ook heel goedkoop. Zo’n ton gaat een half leven mee. Richt een harde straal nooit direct op de planten. Laat het water, als fijne nevel, neer regenen. Dan heeft het even tijd om de omgevingstemperatuur aan te nemen. Sproei liefst ’s morgens vroeg. Dan is de verdamping nog niet zo groot. Als je ’s avonds sproeit, gaan de planten nat de nacht in en is de kans op schimmelaantastingen veel groter. Overdag is – zeker op een zonnige dag – de kans op waterverlies door directe verdamping het grootst. Dat is dus minder efficiënt qua watergebruik.
6. Verrijk je bodem met een mulchlaag
Mulchen is het bedekken van open grond met ander materiaal. In een bos is de laag afgevallen blad eigenlijk een mulchlaag. Zo’n mulchlaag op de grond heeft veel voordelen. Het houdt de grond eronder langer vochtig en luchtig. De grond slaat niet dicht. De temperatuur in de grond wisselt onder een mulchlaag minder sterk (goed voor de plantenwortels). Als zo’n mulchlaag uit verteerbaar (biologisch) materiaal bestaat, betekent dat ook verrijking van de bodem, waardoor deze minder of helemaal niet meer extra hoeft te worden bemest. Maar ook een stenige toplaag (grind of steenslag) kan enigszins bodemverrijkend werken doordat daaruit bijv. kiezelzuur aan de grond wordt afgestaan. In klassieke (barokke) tuinen werd veel met kleurrijk steenslag tussen de planten gewerkt.
7. Bollen die je wil overhouden, moeten voldoende reservevoedsel kunnen opslaan. Dat lukt alleen goed als je het blad langzaam laat afsterven. Haal het pas weg als het helemaal vergeeld is. Dit geldt ook voor bolgewassen die je wilt laten verwilderen, zoals sneeuwklokjes, krokussen, narcissen enz. Maai in het gazon om afstervende bolgewassen heen.
8. Plant nu nog de laatste zomerbloeiende bollen. Mulch perken en borders en zorg alvast voor steun bij hoger groeiende vaste planten. Laat de vaste planten nu met rust: geen pollen meer scheuren, wacht daar liever mee tot het najaar. Zomerbloeiende eenjarige planten kunnen nu direct ter plekke worden uitgezaaid of geplant.
9. Plant potten en bakken nu in voor een bloemrijke zomer. Haal ook nu al regelmatig uitgebloeide bloemen weg. Zet kuipplanten die je hebt laten overwinteren weer naar buiten. Kijk ze goed na op eventuele aantastingen en doe daar zo nodig iets tegen. Nijp de toppen uit planten zoals Coleus, Fuchsia’s enz. Dat geeft een betere vertakking en een meer compacte groeivorm. Zorg in potten en bakken voor voldoende drainage.
10. Sommige haagplanten, zoals Taxus, komen pas in mei goed aan de groei, de meeste andere beginnen al eerder aan hun seizoensontwikkeling. Het is nu tijd om ze te knippen. Dan hoef je niet zo diep te knippen en ontwikkelen ze zich gelijkmatiger.
Snoei uitgebloeide, bladverliezende heesters. Knip oude takken zo diep mogelijk terug. Haal takken die over elkaar groeien weg. Veel heesters en vaste planten zijn eind mei uitgebloeid. Die kun je dan ook opschonen als je dat wilt. Half mei is de begintijd van massale bloei van de rododendrons. Is er na half mei nog geen nieuw leven zichtbaar bij uw vorstgevoelige heesters en vaste planten, dan mag je aannemen dat ze de winter niet hebben overleefd.